Netwerk van advocaten
27.08.2014
Nieuwe wetgeving goederen- en reizigersvervoer treedt in werking op 1 september

Op 1 september 2014 wordt de nieuwe wetgeving voor goederen- en reizigersvervoer van kracht. Het wordt dan een pak moeilijker om als wegvervoersonderneming aan de slag te kunnen. Hoewel de vergunningsprocedure eenvoudiger wordt, zijn de vestigingsvereisten en de voorwaarden van betrouwbaarheid, vakbekwaamheid en financiële draagkracht gevoelig aangescherpt. Er komt ook een nieuw controlebeleid met strengere straffen.

De wijzigingen maken deel uit van het zogenaamde Wegvervoerpakket 2013. De drie wetten van 15 juli 2013 krijgen vandaag uitvoering met 2 KB’s en 2 MB’s. Met de nieuwe wetgeving schikt ons land zich ook naar de Europese vereisten uit verordeningen 1071/2009 (beroep wegvervoerondernemer) en 1072/2009 (internationaal goederenvervoer over de weg) en 1073/2009 (internationaal reizigersvervoer over de weg) die sinds 4 december 2011 rechtstreeks in de EU gelden.

Hoewel er heel wat overlappingen zijn, heeft de regering er net als bij de invoering van de wetten voor gekozen om het goederen- en reizigersvervoer in een apart KB te regelen. Ze zet de puntjes op de i m.b.t.

de toegang tot het beroep en de toegang tot de markt;
de administratieve vereenvoudiging;
de controle van de voorwaarden m.b.t. de toegang tot het beroep, onder meer door de invoering van het begrip ‘vervoersmanager’, de herbeoordeling van de betrouwbaarheid na zware inbreuken en de intensere samenwerking tussen de lidstaten;
de invoering van administratieve geldboetes om meer efficiënte bestraffing van bepaalde inbreuken mogelijk te maken;
de oprichting van het Overlegcomité reizigersvervoer over de weg en de samensmelting van de Commissie goederenvervoer over de weg en het Overlegcomité goederenvervoer over de weg.

We stippen een aantal nieuwigheden uit de besluiten kort aan.

Controle- en vergunningsdocumenten. Voor reizigers- en goederenvervoer is een communautaire vergunning nodig. De besluiten behandelen de aanvraag- en afgifteprocedure en de gevallen waarin de vergunning wordt geweigerd of ingetrokken. Algemeen geldt dat een communautaire vergunning wordt geweigerd wanneer een vervoersonderneming niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden van vestiging, betrouwbaarheid, vakbekwaamheid en financiële draagkracht. De vergunning is in principe geldig voor een hernieuwbare periode van 5 jaar, maar in een aantal gevallen is die geldigheidsduur niet verantwoord. Bijvoorbeeld wanneer er een vermoeden is dat een onderneming de vergunning zou kunnen gebruiken als dekmantel voor illegale activiteiten (vb. handel in verdovende middelen of mensenhandel) of wanneer er aanwijzingen zijn dat de onderneming niet blijvend zal voldoen aan de voorwaarde van vestiging of vakbekwaamheid. Naast de communautaire vergunning, zijn voor het reizigersvervoer nog een reeks andere documenten vereist. Die variëren naargelang het type vervoer: ongeregeld vervoer, internationaal geregeld vervoer, internationaal bijzonder geregeld vervoer, vervoer voor eigen rekening. Het besluit stelt uitdrukkelijk dat alle vereiste vergunningen en documenten bij een wegcontrole moeten kunnen worden getoond. Wat het goederenvervoer betreft wordt dieper ingegaan op het bestuurdersattest en de vrachtbrieven.
Toegang tot het beroep.
-
Betrouwbaarheid. De wetten van 15 juli 2013 bepalen welke personen (de onderneming zelf, haar vervoersmanager en dagelijkse bestuurders) betrouwbaar moeten zijn en welke elementen in aanmerking worden genomen om na te gaan of aan die vereiste is voldaan (strafrechtelijke veroordelingen tot gevangenisstraf of geldboete, niet-strafrechtelijke sancties, algemene of specifieke beroepsverboden). Daarbij worden alleen antecedenten van de voorbije 10 jaar nagegaan. Het besluit verduidelijkt hoe de procedure hiervoor concreet verloopt. O.m. controle uittreksel strafregister. Er geldt een termijn van 3 maanden om het bewijs van betrouwbaarheid te leveren.
-
Vakbekwaamheid. Er wordt een opsomming gegeven van de getuigschriften die als voldoende bewijs worden beschouwd van vakbekwaamheid in het reizigers- en goederenvervoer. Nieuw in dit kader in onder meer dat er geen duplicaten van de getuigschriften van vakbekwaamheid meer zullen worden uitgerekt. Alleen op gemotiveerd verzoek (vb. aan hen die het willen doen gelden in het buitenland) zal nog een vervangend attest worden afgeleverd. Verder bepaalt het besluit ook de manier waarop het examen vakbekwaamheid wordt georganiseerd, de voorbereidende cursussen en eventuele vrijstellingen. Tot slot wordt de verplichte aanstelling van een vervoersmanager behandeld.
-
Financiële draagkracht. Duidelijk wordt de manier waarop de financiële draagkracht moet worden bewezen, welke instellingen bij wie de vervoersondernemingen een borgtocht kunnen instellen en de bestemming van de borgtocht. Belangrijk hier is onder meer dat de Deposito- en Consignatiekas wordt toegevoegd aan de lijst om een tijdelijk alternatief te bieden voor ondernemingen die het slachtoffer dreigden te worden van de extreme voorzichtigheidspolitiek van het bank- en verzekeringswezen sinds het uitbreken van de financiële crisis. De ondernemingen kunnen er een borgsom vastzetten als waarborg voor schuldeisers.
Administratieve geldboetes. Administratieve boetes mogen alleen worden opgelegd door ambtenaren van niveau A van de dienst bevoegd voor het wegvervoer in de FOD Mobiliteit. Het is aan de minister om de meest geschikte ambtenaren te benomen. Boetes moeten binnen de maand worden betaald te rekenen vanaf de kennisgeving.
Overlegcomités. Het besluit concretiseert de samenstelling, de frequentie van de bijeenkomsten en de werking van het Overlegcomité reizigersvervoer over de weg en het Overlegcomité goederenvervoer over de weg. Het Comité reizigersvervoer is samengesteld uit een voorzitter, maximaal 6 vertegenwoordigers ven het bestuur bevoegd voor reizigersvervoer over de weg, maximaal 6 vertegenwoordigers van de meest representatieve organisaties van de ondernemers van reizigersvervoer over de weg en maximaal 6 vertegenwoordigers van de in de ondernemingen van reizigersvervoer over de weg tewerkgestelde werknemers. De samenstelling van het Overlegcomité goederenvervoer is gelijkaardig, al gaat het hier om vertegenwoordigers m.b.t. goederenvervoer. Beide comités vergaderen minstens 1keer per jaar.

De bepalingen gelden vanaf 1 september 2014. Maar er gelden heel wat overgangsbepalingen. Zo blijven bijvoorbeeld de communautaire vergunningen afgegeven vóór 4 december 2011 geldig tot hun vervaldatum.

 

Bron:Koninklijk besluit van 22 mei 2014 betreffende het reizigersvervoer over de weg, BS 15 juli 2014.
Bron:Koninklijk besluit van 22 mei 2014 betreffende het goederenvervoer over de weg, BS 15 juli 2014.
Bron:Ministerieel besluit van 23 mei 2014 genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 mei 2014 betreffende het goederenvervoer over de weg, BS 15 juli 2014.
Bron:Ministerieel besluit van 23 mei 2014 genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 mei 2014 betreffende het reizigersvervoer over de weg, BS 15 juli 2014.
Zie ook:
Wet van 15 juli 2013 betreffende het reizigersvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006, BS 18 februari 2014.
Wet van 15 juli 2013 betreffende het eRegister van wegvervoersondernemingen , BS 18 februari 2014.
Wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg, BS 18 februari 2014.