Netwerk van advocaten
27.04.2015
Lijst met indicaties voor toepassing maatwerkdecreet en decreet lokale diensteneconomie

Het maatwerkdecreet en het decreet op de lokale diensteneconomie treden in werking op 1 april 2015. Dat komt omdat de noodzakelijke uitvoeringsbesluiten onlangs pas in het Staatsblad verschenen zijn. Een ministerieel besluit van 26 maart 2015 rondt het regelgevend werk nu af.

Lijst met indicaties

Het maatwerkdecreet van 12 juli 2013 heeft een uniform subsidiekader uitgewerkt voor maatwerkbedrijven en maatwerkafdelingen. Die richten zich op maatschappelijk verantwoord ondernemen en inschakeling.

De maatwerkbedrijven en maatwerkafdelingen bezorgen de vacatures voor doelgroepwerknemers aan de VDAB. De Vlaamse arbeidsbemiddelaar stelt daarop, in functie van een bepaalde vacature, de individuele behoefte aan ondersteuning bij de werkzoekende vast voor de werkondersteunende maatregelen. Dat zijn de vergoeding voor de begeleiding op de werkvloer en de loonpremie.

Om dit proces vlot te laten verlopen, heeft de Vlaamse overheid een lijst met indicaties opgesteld. De VDAB hanteert die lijst bij de motivering en de toekenning van ondersteuning 'in het kader van maatwerk bij collectieve inschakeling en de lokale diensteneconomie'.

De lijst met indicaties wordt dus ook gebruikt bij de toepassing van het decreet op de lokale diensteneconomie. Basisidee is de uitbouw van een dienstenaanbod vanuit de overheid dat nauw aansluit bij de maatschappelijke trends en noden.

De VDAB zal, opnieuw in functie van een vacature, de individuele behoefte aan kwaliteitsvolle begeleide en competentieversterkende inschakeling van de werkzoekende vaststellen op basis van de opgesomde indicaties.

4 categorieën 'indiceringsinstrumenten'

Het gaat om 4 categorieën van zogenaamde 'indiceringsinstrumenten' – want men heeft het in het uitvoeringsbesluit over de 'indicering van de doelgroepwerknemers':

1)Functies. Bijvoorbeeld: nauwgezetheid, psychische stabiliteit, motivatie ...

2)Activiteiten en participatie. Bijvoorbeeld: ontwikkelen van vaardigheden, oplossen van problemen, omgaan met stress ...

3)Omgevingsfactoren of externe factoren. Bijvoorbeeld: ondersteuning en relatie met vrienden, maatschappelijke attitudes, ondersteuning en relatie met collega's ...

4)Persoonlijke factoren. Bijvoorbeeld: werkervaring, opleiding, gezinslast ...

Advies collectief maatwerk

Personen die beschikken over een 'advies collectief maatwerk' komen in aanmerking voor ondersteuning als doelgroepwerknemer.

De VDAB kent het advies collectief maatwerk toe aan een paar categorieën 'uiterst kwetsbare personen', maar ook aan:

•personen met een arbeidshandicap die behoefte hebben aan werkondersteunende maatregelen;

•personen met een arbeidsbeperking — op grond van een indicering op basis van de hierboven aangehaalde lijst — die een behoefte hebben aan werkondersteunende maatregelen.

1/ De personen met een arbeidshandicap hebben bij hun aanwerving recht op:

•een loonpremie van 45% van het geplafonneerde referteloon; en

•een gemiddelde intensiteit van begeleiding op de werkvloer.

2/ De personen met een arbeidsbeperking hebben bij hun aanwerving recht op:

•een loonpremie van 45% van het geplafonneerde referteloon; en

•een hoge intensiteit van begeleiding op de werkvloer.

3/ Een loonpremie van 60% van het geplafonneerde referteloon en een hoge intensiteit van begeleiding op de werkvloer zijn mogelijk voor 7 categorieën:

•de personen met een arbeidshandicap die buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 1 of 2 gevolgd hebben, of die aangepast vierdegraads buitengewoon lager onderwijs genoten hebben;

•de personen met een arbeidshandicap die tot de groep van de matig mentaal gehandicapten behoren;

•de personen met een significante beperking in het intellectuele functioneren (intelligentietest), en waarbij de persoonlijke score lager is dan 2 standaarddeviaties beneden de gemiddelde score;

•de personen met een arbeidshandicap die recht hebben op extra kinderbijslag, voor zover ze bij de evaluatie van de zelfredzaamheid ten minste 4 punten krijgen;

•de personen met een arbeidshandicap die recht hebben op een integratietegemoetkoming en voor wie de graad van zelfredzaamheid op ten minste 9 punten werd vastgesteld;

•de personen met een arbeidshandicap die ofwel minstens 2 jaar onafgebroken in een psychiatrische voorziening of erkende beschutte woonvorm opgenomen zijn, ofwel in de loop van de 2 jaar die aan de tewerkstelling voorafgaan minstens 3 keer in een psychiatrische voorziening opgenomen werden, ofwel vanwege persoonlijkheidsverval deskundige psychiatrische behandeling nodig hebben en sedert minstens 1 jaar regelmatig onder medisch toezicht staan;

•de personen die, op basis van het wetenschappelijk gevalideerde ICF-indiceringsinstrument ontwikkeld door de VDAB, minimaal 5 problemen ondervinden wat betreft 'arbeidsmatige zelfredzaamheid': oplossen van problemen, besluiten nemen, cognitieve flexibiliteit, tijdsmanagement, ontwikkelen van vaardigheden, vertrouwen, omgaan met stress, psychische stabiliteit, copingstijl, werktempo en aandacht.

Het nieuwe besluit somt ook de stukken op die dienen als basis voor de vaststellingen, zoals: een attest van de instelling die de kinderbijslag uitbetaalt, een attest van de psychiatrische voorziening, een attest of een kopie van de beslissing van de dienst voor Tegemoetkomingen aan Gehandicapten ...

De VDAB bekijkt jaarlijks de doelmatigheid van de attesten en de indicatoren. Het departement Werk en Sociale Economie en de VDAB maken hun bevindingen uiterlijk om de 2 jaar over aan de Commissie Sociale Economie. Na de bespreking in de commissie formuleert het departement samen met de VDAB een advies voor de bevoegde minister.

In werking

Het ministerieel besluit van 26 maart 2015 treedt in werking op 1 april 2015.

Bron:Ministerieel besluit van 26 maart 2015 tot uitvoering van artikel 13 en 51 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling en het artikel 13 van het besluit van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet lokale diensteneconomie van 22 november 2013, 30 maart 2015