Netwerk van advocaten
04.08.2015
Maximale werkgeverstussenkomst per maaltijdcheque stijgt met 1 euro

De maximale tussenkomst van de werkgever in het bedrag van de maaltijdcheque wordt op 1 januari 2016 opgetrokken tot 6,91 euro per maaltijdcheque.

Kleine marge voor 2016

Een wet 28 april 2015 legt de maximale marge voor de loonkostenontwikkeling – dat is de 'loonnorm' – vast voor 2015 en 2016: 0% voor 2015 op 0,5% van de brutoloonmassa voor 2016, totale kost voor de werkgever alle lasten inbegrepen. Daarboven mag in 2016 de maximale marge voor de loonkostenontwikkeling worden verhoogd met 0,3% van de loonmassa in netto zonder bijkomende kosten voor de werkgever.

Er is dus enkel in 2016 een kleine marge. Een manier om de 'enveloppe' te vertalen naar netto koopkracht is een verhoging van het 'faciaal tarief' (nominale waarde) van de maaltijdcheque met 1 euro - van 7 naar 8 euro - zonder dat het persoonlijk aandeel van de werknemer, dat 1,09 euro bedraagt, wordt verhoogd. Die piste komt aan bod in het ontwerp van sociaal akkoord dat de onderhandelaars van de Groep van Tien, met uitzondering van het ABVV, op 30 januari hebben afgesloten.

Tegelijkertijd werd aan de regering gevraagd om ervoor te zorgen dat de werkgevers 1 euro extra per maaltijdcheque fiscaal kunnen inbrengen als aftrekbare kost. Het fiscale luik komt aan bod in een wetsontwerp dat op 3 juni neergelegd werd in de Kamer:

•de maximale werkgeversbijdrage wordt ook in het wetboek van de inkomstenbelasting verhoogd met 1 euro – van 5,91 tot 6,91 euro per maaltijdcheque;

•de als beroepskost aftrekbare werkgeverstussenkomst wordt verdubbeld – van 1 naar 2 euro per maaltijdcheque.

Deze nieuwe maximumbedragen zullen gelden voor maaltijdcheques die vanaf 1 januari 2016 toegekend worden.

Bijdrage van de werkgever

De Nationale Arbeidsraad (NAR) volgde die piste ook. De sociale partners hadden eerder al laten weten dat de verhoging met 1 euro van de maximale bijdrage van de werkgever in het bedrag van de maaltijdcheque, een 'conforme uitvoering' is van het ontwerp van sociaal akkoord.

Sociale partners op sector- en ondernemingsniveau krijgen dus de kans om maaltijdcheques met een hogere nominale waarde — 8 euro in plaats van 7 euro — toe te kennen zonder dat het persoonlijke aandeel van de werknemer stijgt.

Daartoe wordt artikel 19bis van het uitvoeringsbesluit bij de RSZ-wet aangepast. Want die bepaling somt de voorwaarden op waaraan de maaltijdcheques moeten voldoen om niet als loon beschouwd te worden.

Concreet: 'de tussenkomst van de werkgever in het bedrag van de maaltijdcheque mag ten hoogste 6,91 euro per maaltijdcheque bedragen. Al de maaltijdcheques met een werkgeverstussenkomst van meer dan 6,91 euro worden als loon beschouwd', zo blijkt nu uit artikel 19bis.

Let wel, het gaat hier om een aanpassing van artikel 19bis, zoals van kracht vanaf 1 januari 2016. Juridisch gaat het om een wijziging van het KB van 29 juni 2014 dat de overschakeling naar het veralgemeend systeem van de elektronische maaltijdcheques mogelijk gemaakt heeft.

Vanaf 1 januari 2016 verdwijnen maaltijdcheques op papier volledig. Dit betekent dat papieren maaltijdcheques maar tot 30 september 2015 worden uitgereikt. De papieren cheques die uitgegeven zijn in 2015 blijven wel geldig tot 31 december 2015.

De NAR had voorgesteld om 1 januari 2016 expliciet te vermelden in het wijzigings-KB. De raad had ingestemd met het ontwerp-KB 'mits in het dispositief van het koninklijk besluit uitdrukkelijk wordt vermeld dat de maatregel op 1 januari 2016 in werking treedt'. Maar dat is dus niet gebeurd. Het wijzigings-KB vermeldt geen expliciete datum van inwerkingtreding en treedt dus in werking op 18 juni 2015. Dat is 10 dagen na publicatie.

Bron:Koninklijk besluit van 26 mei 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 juni 2014 tot wijziging van artikel 19bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 8 juni 2015