Netwerk van advocaten
02.09.2016
DAVO mag alimentatievorderingen invorderen via een bij aangetekende brief ter kennis gebracht dwangbevel

Uiterlijk op 1 januari 2017 mag de Dienst voor alimentatievorderingen de onderhoudsplichtige door middel van een dwangbevel inlichten dat hij overgaat tot de invordering van de alimentatievorderingen. Dit dwangbevel mag ter kennis gebracht worden bij aangetekende brief of worden betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling. De programmawet van 1 juli 2016 voert deze nieuwe regels in in de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën.

Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO)

De Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) werd opgericht bij een wet van 21 februari 2003 met de bedoeling om een antwoord te kunnen bieden aan de problematiek van de onbetaalde alimentatievorderingen en de uitvoering van de gerechtelijke uitspraken.

De dienst is belast met de inning of de invordering van de alimentatievorderingen ten laste van de onderhoudsplichtige.

De onderhoudsgerechtigde kan de tegemoetkoming van de DAVO vragen als de onderhoudsplichtige zich gedurende twee al dan niet opeenvolgende termijnen in de loop van de twaalf maanden die aan de aanvraag voorafgaan geheel of ten dele heeft onttrokken aan de verplichting tot betaling van het onderhoudsgeld. De DAVO staat de tegemoetkoming toe als de onderhoudsgerechtigde in België zijn of haar woonplaats heeft.

Als de DAVO de tegemoetkoming toestaat, licht hij de onderhoudsplichtige bij een ter post aangetekende brief in dat hij in de plaats van de onderhoudsgerechtigde de alimentatievordering en de achterstallen gaat innen en invorderen.

Als de onderhoudsplichtige geen gekende woonplaats in België of in het buitenland heeft, wordt die kennisgeving aan de procureur des Konings in Brussel gedaan.

Dwangbevel

Ten vroegste een maand na deze kennisgeving gaat de DAVO over tot de invordering van de verschuldigde bedragen door middel van een dwangbevel. Dit dwangbevel wordt uitgevaardigd door de DAVO. Het wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de adviseur-generaal bevoegd voor de administratie van de FOD Financiën waaronder de DAVO ressorteert, of door zijn gedelegeerde.

Het dwangbevel moet momenteel per gerechtsdeurwaardersexploot worden betekend. De programmawet van 1 juli 2016 (dat artikel 13 van de wet van 21 februari 2003 wijzigt; art. 88 van de programmawet) machtigt de DAVO echter om uiterlijk op 1 januari 2017 het dwangbevel ter kennis te brengen bij aangetekende brief.

Deze programmawet van 1 juli 2016 (art. 75) wijzigt eveneens diverse wettelijke bepalingen met het oog op de vervanging, in artikel 3 van de Domaniale wet van 22 december 1949, van het administratief dwangbevel door een bijzonder kohier. Voor de invordering van de verschuldigde sommen in het kader van de toepassing van de wet van 21 februari 2003 blijft het administratief dwangbevel als uitvoerbare titel bestaan wegens de eigenheid van de materie.

De programmawet schrapt de verwijzing naar artikel 3 van de Domaniale wet in artikel 13 van de wet van 21 februari 2003.

De afgifte van het stuk bij de aanbieder van de universele postdienst geldt als kennisgeving vanaf de derde daaropvolgende werkdag.

Het dwangbevel mag uiteraard steeds worden betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling.

Uitvoerend beslag onder derden

Na de kennisgeving of de betekening van het dwangbevel kan de DAVO, bij een ter post aangetekende brief, uitvoerend beslag onder derden leggen op de bedragen en zaken die de bewaarnemer of de schuldenaar van de onderhoudsplichtige verschuldigd is of moet teruggeven. Het beslag wordt eveneens bij een ter post aangetekende brief ter kennis van de onderhoudsplichtige gebracht (wijziging van art. 14, § 1 van de wet van 21 februari 2003 door art. 89 van de programmawet van 1 juli 2016)

Voor het overige zijn de bepalingen bedoeld in artikel 85bis, § 1, tweede en derde lid, § 2 en § 3 van het Btw-wetboek van toepassing.

Terugvordering ten laste van de onderhoudsgerechtigde

De DAVO kan de volledige of gedeeltelijke terugbetaling van de betaalde sommen vorderen wanneer de onderhoudsgerechtigde de dienst niet in kennis heeft gesteld van ieder nieuw gegeven dat van invloed kan zijn op het bedrag van de voorschotten of van de alimentatievordering en waarvan hij kennis had, wanneer hij wetens en willens een onjuiste of onvolledige verklaring heeft afgelegd of wanneer het komt vast te staan dat het onderhoudsgeld op basis van bedrieglijke handelingen of verklaringen werd bepaald.

Het KB van 1 mei 1933 'betreffende de verklaringen af te leggen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen' is van toepassing.

De ten onrechte uitbetaalde sommen worden door de DAVO teruggevorderd door middel van een dwangbevel overeenkomstig het nieuwe artikel 13, tweede tot vierde lid van de wet van 21 februari 2003 (wijziging van art. 18, 1ste lid van de wet van 21 februari 2003 door art. 90 van de programmawet van 1 juli 2016).

De onderhoudsgerechtigde kan op straffe van verval binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving of de betekening van het dwangbevel de tenuitvoerlegging slechts stuiten door een vordering in rechte te stellen bij de beslagrechter (wijziging van art. 19 van de wet van 21 februari 2003 door art. 91 van de programmawet van 1 juli 2016).

In werking

De artikelen 88 tot en met 91 van de programmawet van 1 juli 2016 treden in werking op een datum bepaald door de Koning en uiterlijk op 1 januari 2017.

Bron:Programmawet van 1 juli 2016, BS 4 juli 2016 (art. 88-91 PW).

Kategorien: Familierecht, Incasso